De aula van een crematorium is per definitie een deprimerende ruimte. Evenzo een openbaar toilet of de kantine van een groot bedrijf. Een bedrijfsrestaurant noemen ze dat met een mooi woord. Maar het komt er gewoon op neer dat er iedere dag dezelfde mensen hetzelfde smakeloze voedsel naar binnen werken. Iedere dag zittend tegenover dezelfde kleurloze collega’s in een ruimte die iedere emotie weigert uit te stralen. Ongeacht aankleding of versiering.
Maar er zijn meer deprimerende ruimtes. Vanavond hebben wij als gezin verplicht een uur doorgebracht in zo’n omgeving. Het stadsdeelkantoor Segbroek om precies te zijn, voor het laten bijschrijven van Merle in onze paspoorten. Er is aandacht besteed aan het interieur (berkenfineer), er zitten vriendelijke Haagse dames achter de balie en er staat zelfs een puzzeltafel voor de kinderen. Maar het blijft een plek waar je zo snel mogelijk weer weg wilt.
In dit geval had het verschillende redenen. Al bij binnenkomst kregen we door de grote hoeveelheid mensen in de wachtruimte de indruk dat het een lange avond zou worden. Eenmaal een nummertje (alsof je bij de bakker komt..) bemachtigd, bleek dit inderdaad zo te zijn. Nog twintig wachtenden voor ons. Die twintig wachtenden (en nog zo’n zestig anderen die voor andere ‘categorien’ aanwezig waren) stonden en hingen in de ruimten. Een enkeling had een zitplaats weten te bemachtigen. Een lucht van oud zweet en stinkluiers dreef ons tegemoet. Huilende kinderen en depressief kijkende ouderen maakten de sfeer er niet beter op.
‘Kom mee, doen we een rondje polonaise’, grapte ik tegen Man. Hij grinnikte en rende snel achter een van de kinderen aan om te voorkomen dat ze haar ‘Bokito-truc’ op een wildvreemd buurtkindje toepaste. Tenminste, ik denk dat hij daarom op een holletje verdween..
Maar er zijn meer deprimerende ruimtes. Vanavond hebben wij als gezin verplicht een uur doorgebracht in zo’n omgeving. Het stadsdeelkantoor Segbroek om precies te zijn, voor het laten bijschrijven van Merle in onze paspoorten. Er is aandacht besteed aan het interieur (berkenfineer), er zitten vriendelijke Haagse dames achter de balie en er staat zelfs een puzzeltafel voor de kinderen. Maar het blijft een plek waar je zo snel mogelijk weer weg wilt.
In dit geval had het verschillende redenen. Al bij binnenkomst kregen we door de grote hoeveelheid mensen in de wachtruimte de indruk dat het een lange avond zou worden. Eenmaal een nummertje (alsof je bij de bakker komt..) bemachtigd, bleek dit inderdaad zo te zijn. Nog twintig wachtenden voor ons. Die twintig wachtenden (en nog zo’n zestig anderen die voor andere ‘categorien’ aanwezig waren) stonden en hingen in de ruimten. Een enkeling had een zitplaats weten te bemachtigen. Een lucht van oud zweet en stinkluiers dreef ons tegemoet. Huilende kinderen en depressief kijkende ouderen maakten de sfeer er niet beter op.
‘Kom mee, doen we een rondje polonaise’, grapte ik tegen Man. Hij grinnikte en rende snel achter een van de kinderen aan om te voorkomen dat ze haar ‘Bokito-truc’ op een wildvreemd buurtkindje toepaste. Tenminste, ik denk dat hij daarom op een holletje verdween..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten